Hij ging een paar maanden eerder dood dan mijn vader. Ik mis hem vaak. Vaker dan mijn vader. Niet méér, wel vaker en anders. Ischa Meijer. Gisteravond nog miste ik hem. Toen Jeroen Pauw bezig was een bijdehante grap te bedenken om zijn kwajongensimago op te vijzelen waardoor hij het antwoord van zijn gast volledig miste. De avond daarvoor nog viel me op hoe onhandig en ongemakkelijk Paul Witteman vrouwen interviewt. Vooal als die géén politica zijn. Ook toen dacht ik aan Ischa die juist op zijn sterkst was als hij een vrouw tegenover zich had. Het weergaloze televisiegesprek met Annie MG Schmidt, het nog spannender radiogesprek met Connie Palmen, die later zijn vrouw zou worden. In mijn geheugen bewaar ik het bij de goede films en mijn favoriete boeken. Die radio-interviews waren adembenemend omdat de wendingen in Ischa’s ondervragingen niet werden aangekondigd door zijn veelzeggende gezichtuitdrukking. Op televisie kreeg je ook die mee. De ene helft van zijn gezicht had verdriet, de andere kant lachte om alles en iedereen. Het was alsof de ene helft van zijn gezicht probeerde de andere helft te troosten. Hij dichtte zichzelf niet voor niets tot het jongetje dat alles goed wilde maken.
Ischa wist in vijf minuten tijd vanuit oprechte verbazing, verontwaardiging, bewondering, verliefdheid of woede zijn gasten dingen te laten zeggen die zij zelf soms voor het eerst leken te horen. Het was alsof hij bezig was zichzelf te zoeken in zijn gasten. Hun antwoorden moesten hem clous moest geven over het leven, over zijn leven.
De enige die nu in de buurt komt is Matthijs van Nieuwkerk. Even oprecht en ongeveinsd. Het hele grote verschil is dat je Matthijs zélf nooit in zijn interviews terugziet. Ik weet niets van wat hij voelt of denkt. Ischa zat niet alleen in elke vraag maar ook in elk antwoord van zijn gasten. Dat maakte zijn interviews tot kunstwerken terwijl die van Matthijs gewoon goede interviews zijn. In één daarvan vroeg Matthijs een man die miniatuur lijkwagens verzamelt naar zijn favoriete model, zijn ‘pièce de resistance’. De man wees het ontroerd aan. Matthijs was onder indruk. De lijkwagen kwam close-up in beeld. Toen dacht ik aan mijn vader.